
Sparta Praag valt dit seizoen in de Champions League zwaar tegen, maar ook Ajax heeft het zwaar. Beide clubs hebben elkaar nog nooit ontmoet voor een officiele wedstrijd. De meest besproken Ajacied zal ongetwijfeld Grygera zijn, die drie seizoenen (2000-2003) bij Sparta Praag heeft gespeeld. ‘Sparta speelt heel compact en moet het vooral van zijn fysieke kracht hebben. Sinds de komst van Karel Poborski zijn ze er behoorlijk sterker op geworden’, zegt Grygera.
Nigel de Jong neemt Ajax op sleeptouw
Je wordt bijna depressief als je de verslagen over Ajax – Sparta Praag
in de kranten leest. Zelfs het artikel in ‘de Telegraaf’ is doorspekt
van ironie:
Ajax heeft de volgende ronde van de Champions League
bereikt. In een uiterst matige wedstrijd won een bedroevend spelend
Ajax met 2-1 van een nog veel armetieriger Sparta Praag. De beide
doelpunten werden gemaakt door invaller Nigel de Jong. Petrás scoorde
een minuut voor tijd tegen. Die stand bleek genoeg voor het bereiken
van de tweede ronde.
De eerste helft wordt in de krant als volgt samengevat:
Toch had
Ajax in de dertiende minuut voor moeten komen, maar verdediger
Vermaelen kopte de bal naast. Dat was de eerste en meteen ook enige
kans van Ajax in de eerste helft, hetgeen iets over de aanvalskracht
van de Amsterdammers zegt. Waar Rosenberg na zijn goede invalbeurt door
velen verwacht werd, daar koos trainer Blind voor Anastasiou. En over de tweede helft het volgende:
In
de tweede helft ging Ajax onverdroten verder met het wandeltempo van de
eerste helft. Weliswaar kreeg Anastasiou in de tweede minuut na rust na
een voorzet van Boukhari een geweldige kans (hij schoot van dichtbij
naast), maar verder gebeurde er ook in de tweede helft vooralsnog
hoegenaamd niets. De voor Lindenbergh ingevallen Nigel de Jong kreeg
nog een goede mogelijkheid, maar zijn schot met buitenkant rechts ging
net naast.
Toch kwam Ajax op voorsprong en gloort er een spoortje positivisme aan de horizon:
Met
De Jong in de ploeg leek het trouwens iets beter, of liever gezegd
minder slecht te gaan met Ajax. En het was De Jong die voor de
Amsterdammers de score opende. Sneijder mocht net buiten de zestien
meter een vrije schop nemen nadat Rosenberg, die de compleet falende
Anastasiou was komen vervangen, was neergelegd. Pienaar wilde hem ook
wel nemen, maar werd weggestuurd door Sneijder, die hem zelf wilde
nemen. Terecht, zo zou even later blijken, want hij prikte de bal
precies op het hoofd van de inkomende De Jong: 1-0. Pienaar deed aan de
rechterkant eindelijk iets goeds en zijn voorzet werd door De Jong in
het doel gewerkt. Daarmee leek de wedstrijd in de tas. Leek, want een
minuut later scoorde Petrás tegen na uiterst knullig verdedigen van
Amsterdamse zijde.
In dezelfde krant komt matchwinner Nigel de Jong aan het woord:
„Ik ben blij dat ik toch nog een belangrijke rol heb kunnen vervullen” Op het feit dat hij niet in de basis stond wilde De Jong weinig kwijt:
„Natuurlijk
had ik dat liever anders gezien”, aldus De Jong. „Maar de trainer
beslist natuurlijk. Ik ga daar nu ook niet over praten. Ik spreek
liever op het veld en dat heb ik vanavond gelukkig ook gedaan.” Danny Blind had daar wel iets op te zeggen:
„De
Jong heeft een leeuwenhart”, prees Blind zijn middenvelder na afloop
van de wedstrijd. „Ik wilde met Sneijder als schaduwspits spelen.
Daarom had ik twee controlerende middenvelders nodig. Ik heb voor
Maduro en Lindenbergh gekozen. De Jong is namelijk in mijn ogen meer
een aanvallende middenvelder. Het deed mij een beetje pijn om De
Jong op de bank te laten beginnen”, aldus Blind. „Die jongen geeft
namelijk altijd alles voor de club. Ik vind het daarom ook heel mooi
dat hij met twee treffers van zich liet horen.”
Wesley Sneijder was opgetogen na de wedstrijd:
„Het is ons gelukt,
een heerlijk gevoel. Ik kijk uit naar de loting”, zei de middenvelder.
Sneijder keek tevreden terug op het vrij matige duel. „Fysiek kost dit
soort wedstrijden enorm veel kracht. Zij hebben veel loopvermogen. Ik
denk dat wij prima hebben verdedigd, we hebben weinig weggegeven.
Misschien hadden we het eerder moeten afmaken”, zei Sneijder.
In het ‘AD’ wordt nog even teruggekeken op de laatste keer dat Ajax
zich voor de tweede ronde van de Champions League wist te plaatsen:
In
het seizoen 2002-2003 kon het elftal die diepe wens voor het laatst
vervullen. Ajax beloofde toen, in november 2002, een glorieuze
toekomst, maar daarvan is bitter weinig terecht gekomen. Van de
selectie die drie jaar geleden over de drempel van de eerste ronde
stapte, staan nu nog slechts vijf spelers in de Arena onder contract.
En de leegloop duurt voort. Trabelsi, Pienaar en Maxwell zullen uit
Amsterdam verdwijnen. Van Nigel de Jong en Tomas Galásek, twee andere
‘overlevenden’ van 2002, is het nog lang niet zeker dat ze blijven.